Skip to content
World Watch/Netherlands/Kunstmatige intelligentie

Kunstmatige intelligentie · Netherlands

Kunstmatige intelligentie — Netherlands (2026)

Alomvattende wetLandenindex 93 · A+

Als EU-lidstaat valt Nederland onder de rechtstreeks toepasselijke EU-AI-wet, waarvan de regels inzake verboden praktijken en AI-geletterdheid vanaf 2 februari 2025 van kracht zijn, de GPAI-verplichtingen vanaf 2 augustus 2025 en de regels inzake hoge risico’s en transparantie vanaf 2 augustus 2026. De nationale uitvoering is vastgelegd in het ontwerp van de Uitvoeringswet AI-verordening, dat op 20 april 2026 ter openbare raadpleging is gepubliceerd (de raadpleging loopt tot 1 juni 2026) en waarin een gedecentraliseerd toezichtsmodel wordt vastgesteld. Het toezicht is verdeeld over ongeveer tien bestaande sectorale markttoezichtautoriteiten, waarbij de Autoriteit Persoonsgegevens en de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur zijn aangewezen als coördinerende autoriteiten.

HoofdstructuurEU-wet inzake kunstmatige intelligentie (Verordening (EU) 2024/1689), die op nationaal niveau wordt toegepast via het wetsontwerp „Uitvoeringswet AI-verordening“; gedecentraliseerd toezicht, gecoördineerd door de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) en de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI)

Kernpunten

De EU-AI-wet vormt het bindende kader

Nederland past de rechtstreeks bindende EU-AI-wet toe. Verboden AI-praktijken en verplichtingen inzake AI-geletterdheid zijn sinds 2 februari 2025 van kracht, de GPAI-modelverplichtingen sinds 2 augustus 2025, en de meeste regels inzake hoge risico’s (bijlage III) en transparantie sinds 2 augustus 2026, waarbij de regels inzake in producten ingebouwde AI met een hoog risico geleidelijk worden ingevoerd tot 2 augustus 2028.

Wetsvoorstel voor nationale uitvoering

Op 20 april 2026 heeft staatssecretaris Aerdts (Digitale Economie) het wetsontwerp „Uitvoeringswet AI-verordening” met toelichting gepubliceerd, waarmee een openbare raadpleging is geopend die loopt tot 1 juni 2026; hierin wordt uiteengezet hoe het toezicht op de AI-wet in de Nederlandse wetgeving is geregeld.

Gedecentraliseerd toezichtsmodel

Nederland kiest voor een gedecentraliseerd model waarin de bestaande sectorale markttoezichtautoriteiten elk toezicht houden op AI binnen hun eigen domein, zodat organisaties te maken hebben met toezichthouders die ze al kennen; in totaal zijn er ongeveer tien markttoezichtautoriteiten aangewezen.

Coördinerende instanties: AP en RDI

De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) en de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur zijn aangewezen als coördinerende toezichthouders. De AP fungeert sinds 2023 als nationale coördinerende toezichthouder op het gebied van algoritmen via haar Directie Coördinatie Algoritmen (DCA).

Toezichthouders op sectoren met een hoog risico

Voor AI met een hoog risico zijn de aangewezen markttoezichtautoriteiten onder meer het RDI, de Inspectie Leefmilieu, Transport en Arbeid (ILT), de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugdzorg, de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) en de Nederlandse Arbeidsinspectie; de AFM en De Nederlandsche Bank (DNB) houden toezicht op de financiële sector, terwijl AI voor gerechtelijke doeleinden onder toezicht staat van de procureur-generaal bij de Hoge Raad en de Raad van State.

Nationale AI-strategie en testomgeving

Naast het bindende EU-kader hanteert Nederland een nationale strategie die is gebaseerd op het Strategisch Actieplan voor AI (SAPAI) uit 2019 en de publiek-private NL AI-coalitie (AiNEd-programma), die inmiddels is geïntegreerd in de bredere Nederlandse digitaliseringsstrategie; naar verwachting zal rond augustus 2026 een AI-regulatoire sandbox op grond van artikel 57 van start gaan.

Lees het volledige profiel, de kaart en de tijdlijn in het Engels

Deze pagina is een vertaling ter informatie; de Engelse versie is bindend en vormt geen juridisch advies.